Ontwerp van onroerend erfgoed decreet

In januari 2013 werd het ontwerp van decreet onroerend erfgoed goedgekeurd door de Vlaamse Regering.  Op 15 maart werd dit voorstel van decreet besproken met het kabinet van de bevoegde minister.  Naar aanleiding hiervan werden volgende stukken verspreid:

  1. Toelichting kabinet;
  2. Documenten decreet.

 

Kaderdecreet onroerend erfgoed

De Vlaamse Regering keurde op 15 juli 2011 het ontwerp van onroerend erfgoeddecreet goed. Dit decreet moet de huidige versnipperde wetgeving harmoniseren en het erfgoedbeleid inpassen in bestaande regelgeving. Het gaat om een kaderdecreet waarin regelmatig wordt doorverwezen naar (nog te schrijven) uitvoeringsbesluiten.  Zes maanden na het goedkeuren van dit decreet blijft het bijzonder stil omtrent dit decreet.  Ondertussen stellen zich problemen waardoor gemeenten en particulieren in de problemen komen:

  1. Het archeologisch erfgoed dat zich onder de Westhoek bevindt, hangt als een zwaard van damocles boven de hoofden van de (toekomstige) bouwheren in de streek.  In 2011 werden de gemeentebesturen van Wervik en Poperinge geconfronteerd met onverwachte uitgaven t.b.v. respectievelijk 400.000,- EUR en 600.000,- EUR en dit naar aanleiding van de uitvoering van bouwprojecten waarbij men op waardevol archeologisch erfgoed stootte.  De facturen en ramingen van de West-Vlaamse intercommunale (wvi) voor archeologisch proefsleuvenonderzoek en vervolgonderzoek in een 25 tal projecten voor woonprojecten en bedrijfshuisvesting liggen al boven de 2 miljoen euro.  Begin 2012 liet het gemeentebestuur van Vleteren weten geconfronteerd te worden met een (geschatte) meerkost voor archeologisch onderzoek t.b.v. 200.000,- EUR n.a.v. werkzaamheden aan de begraafplaats.  De Westhoekgemeenten stellen dat het archeologisch patrimonium van een dermate belang is, dat de zorg ervoor niet kan worden afgewimpeld op de kap van gemeenten of particuliere bouwheren.  Er dient een solidariteitsfonds op Vlaams niveau te worden opgericht dat deze archeologische werken moet bekostigen.
  2. Het witboek interne staatshervorming stelt de afschaffing van de koppelsubsidies in het vooruitzicht.  Tot op vandaag worden werken aan erkende monumenten (ongeacht of de eigenaar publiek of privaat is) gefinancierd met een subsidie van de Vlaamse, provinciale en lokale overheid.  Indien de ‘koppelsubsidies’ worden afgeschaft, dan zullen provinciale en lokale overheden geen subsidie meer hoeven te betalen aan uitvoerders van werken.  De vrees bestaat echter dat hierdoor het steunpercentage voor werken zal worden verminderd.  Er kan hier worden verwezen naar de afschaffing in 2010 door de Vlaamse Regering van de ‘onderhoudspremie’ voor beschermd patrimonium.
  3. Het is ondertussen algemeen geweten dat de Vlaamse Minister van onroerend erfgoed de ambitie heeft om de frontzone in de Westhoek te laten erkennen als unesco-werelderfgoed.  Dit heeft er in de afgelopen jaren toe geleid dat verschillende begraafplaatsen van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) in de Westhoek ondertussen tot het beschermd patrimonium behoren.  Werken aan deze begraafplaatsen – die vroeger integraal door de CWGC werden bekostigd – komen nu ook in aanmerking voor subsidiëring door Vlaamse, provinciale en lokale besturen.  Het huidige pakket aan werken leidt voor de gemeente Langemark-Poelkapelle bv. tot een onvoorziene meeruitgave van 125.000,- EUR.  Door de hoge Vlaamse ambities zullen de werken aan deze begraafplaatsen in hoger tempo worden uitgevoerd de komende jaren.

Westhoekoverleg vraagt dat er vooruitgang zou worden geboekt met de verdere opmaak van dit decreet.  Zoals het decreet nu voorlag had het nog een aantal bijsturingen nodig, maar anderzijds kan de huidige bestaande situatie niet verder worden gedragen door particulieren en lokale besturen.  Hetzelfde witboek gaat in andere hoofdstukken in op het instrument van de fusie om zogenaamde bestuurskrachtproblemen op te lossen.  Het uitklaren van de actuele problemen in dit beleidsdomein zouden in elk geval ook al een aardige stap in de richting van meer bestuurskracht voor lokale besturen kunnen betekenen.

Op 16 september 2011 kwam mevr. Sofie De Leeuw, raadgever onroerend erfgoed van het kabinet Bourgeois, langs op de algemene vergadering van Westhoekoverleg.  Op basis van een presentatie werd de voornaamste inhoud van het decreet overlopen.  De vergadering formuleerde de volgende bedenkingen.

  1. De lokale besturen delen de zorg voor het onroerend erfgoed.  De kost van deze zorg dient door de Vlaamse samenleving te worden gedragen en kan niet worden afgewimpeld op individuele lokale besturen of particulieren.  Zowel in Poperinge als in Wervik werden recent werken uitgevoerd in opdracht van het gemeentebestuur die archeologische opgravingen tot gevolg hadden.  Het totale kostenplaatje (voorstudie en opgravingen) voor beide steden betrof ca. 400.000,- EUR voor Wervik en ca. 600.000,- EUR voor Poperinge.  Voor Wervik was dit bij aanvang begroot op 170.000,- EUR.  De uiteindelijke kostprijs is meer dan een verdubbeling.  Voor Poperinge betekende deze investering een meerprijs van 10% ten opzichte van de totale kostprijs van het project.  Beide voorbeelden tonen aan dat de zorg voor het onroerend erfgoed een dure en moeilijk inschatbare aangelegenheid is.
  2. Westhoekoverleg stelt zich de vraag of het solidariteitsfonds zoals het nu is opgevat het verschil zal kunnen maken.  Vlaanderen hoopt dat o.a. de bouwsector zal instappen in dit fonds, waardoor het gespijsd zal geraken.
  3. Er zijn op dit moment onvoldoende archeologische diensten te verkrijgen op de markt.  Dit decreet zal een toename van de vraag naar dergelijke diensten in de hand werken.  Bijgevolg zal de kostprijs voor deze diensten oplopen, en zal het uiteindelijke kostenplaatje nog verder oplopen.
  4. Tussenkomst in het bovengrondse erfgoed zoals monumenten verschilt volledig van de gehanteerde denkwijze in het nieuwe decreet.  De substantiële tussenkomst van Vlaanderen bij bv. monumenten staat in schril contrast met de dreigende afwezigheid van hetzelfde bestuursniveau in de financiering van het ondergrondse erfgoed.
  5. Het Vlaamse regeerakkoord beoogt planlastvermindering.  Dit decreet daarentegen vertrekt vanuit een eenzijdige sectorale benadering.  De totstandkoming van dit decreet zal net het omgekeerde in de hand werken door extra vereisten inzake personeel en plannen aan gemeenten op te leggen.
  6. Westhoekoverleg hoopt op beroepsmogelijkheden voor eindbeslissingen die ambtelijk t.a.v. gemeenten worden genomen.

documenten:

  1. discussienota VLINTER
  2. hand-outs Westhoekoverleg / Kabinet Bourgeois
  3. ontwerp kaderdecreet
  4. VVP-advies
  5. afschaffing onderhoudspremie beschermd patrimonium