Landbouwwegen

Logoreeks

Landbouwwegen en plattelandsgemeenten

Reeds langere tijd signaleren Westhoekgemeenten dat de last voor het beheer en onderhoud van landbouwwegen te zwaar weegt op de gemeentelijke begroting.  Dit heeft te maken met o.m. de uitgestrektheid van de Westhoekgemeenten en de beperkte financiële slagkracht van de landelijke gemeenten. Gezien het onderhoud en beheer van deze wegen een puur gemeentelijke opdracht is, stellen we bovendien vast dat subsidielijnen voor dit beheer en onderhoud zo goed als volledig zijn opgedroogd.

Om een uitweg te vinden uit deze impasse, heeft Westhoekoverleg in 2007 de hulp ingeroepen van de VLM (West-Vlaanderen). Dit leidde tot de indiending van EFRO-project in 2008 met als titel “landbouwwegen in de Westhoek”.  Verdere tekst en uitleg is terug te vinden in het eindrapport:

eindrapport landbouwwegen Westhoek deel 1
eindrapport landbouwwegen Westhoek deel 2

Situering: een functietoekenningsplan.

Landbouwwegen zijn een belangrijk onderdeel van de verkeersinfrastructuur van de Westhoek.  Het inrichten en onderhouden van landbouwwegen is een taak van de gemeente. Traditioneel hebben de Westhoekgemeenten het steeds moeilijk gehad met het adequaat invullen van deze taak, gezien de beperkte fiscale draagkracht waarover ze beschikken en de uitgestrektheid van hun landbouwwegennet.

Het toenemend en intensiever gebruik van deze landbouwwegen vanuit de landbouwsector en de toeristisch/recreatieve sector zorgt ervoor dat deze taak nog zwaarder gaat wegen bij deze gemeenten. Tevens worden de landbouwwegen meer en meer gebruikt als sluipweg. In de mobiliteitsaanpak van de gemeenten wordt te weinig aandacht besteed aan de wegen in het landelijk gebied. De mobiliteit op deze wegen is bovendien gemeenteoverschrijdend, waardoor oplossingen niet altijd door een gemeentelijke aanpak gedragen kunnen worden.

In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) worden alle wegen die niet geselecteerd zijn als een “hogere” categorie, beschouwd als een lokale weg, die als hoofdfunctie “toegang verlenen” heeft. In het RSV wordt gesteld dat verkeersleefbaarheid en verkeersveiligheid voor deze wegen voorrang heeft op de verkeersontwikkeling.  De landbouwwegen zijn in deze categorie terug te vinden.

De landbouwwegen hebben diverse functies:

  • ontsluiting van lokale bedrijven
  • ontsluiting van woningen
  • alternatieve verbindingen voor fietsers, autoverkeer
  • recreatieve functie
  • ontsluiten van landbouwpercelen
  • ontsluiten van landbouwbedrijven

Al deze functies zijn niet tegelijkertijd aanwezig of wenselijk op een landbouwweg. De weg kan dermate ingericht worden dat bepaalde verkeersfuncties onmogelijk gemaakt worden (bv. door de aanleg van tractorsluizen zorgen dat wegen niet meer bruikbaar zijn voor autoverkeer).

De studie heeft tot doel bij te dragen tot een gebiedsdekkende visie met betrekking tot de mobiliteit en het beheer van de landelijke wegen in de Westhoek, vooral via de opmaak van een functietoekenningsplan.

Aan de hand van de studie kunnen richtlijnen opgemaakt worden voor gemeentebesturen voor een goed beheer en inrichting van hun landelijk wegennet.

De studie kadert in het Europees project “Landbouwwegen in de Westhoek”, dat gefinancierd wordt door het EFRO, de gemeenten Diksmuide, Houthulst en Poperinge, de Vlaamse Landmaatschappij, het Westhoekoverleg en de provincie West-Vlaanderen. EFRO cofinanciert deze studie en de innovatieve inrichting van één case van landelijke weg in elk van deze drie gemeenten. Dit Europees ondersteund project is gestart op 1 november 2008 en duurt twee jaren, tot 31 oktober 2010. Het EFRO projectnummer is 109 en het project kadert in het doelstelling 2 programma “Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid Vlaanderen 2007-2013”. Het Westhoekoverleg en de provincie West-Vlaanderen cofinancieren deze studie.

Drie ‘cases’: Diksmuide, Houthulst en Poperinge.

Case Diksmuide – Beerstblote

DSC00243DSC00242DSC00240DSC00239DSC00237DSC00236


Case Houthulst – Merkem

merkem okt10 002merkem okt10 001merkem okt10 003merkem okt10 004merkem okt10 005merkem okt10 006merkem okt10 007merkem okt10 008


Case Poperinge – Haringe / Watou

DSCN4518 (2)DSCN4524DSCN4535DSCN4541DSCN4544DSCN4547DSCN4642

Per case werd één alternatief inrichtingsmodel concreet uitgewerkt voor een landelijke weg in overleg met de lokale overheid en na goedkeuring door de opdrachtgever.

Bij het uitwerken van de voorstellen wordt onder meer aandacht besteed aan:

  • de structuur, de functie van de landelijke weg en de te gebruiken materialen;
  • de interpretatie van de wegeigenschappen in relatie tot de veiligheid en de evolutie van de wegstructuur;
  • de snelheidsbeperkende maatregelen;
  • de herinrichting van bestaande landelijke wegen ter beperking/opwaardering van de mogelijke gebruiksfunctie(s)
  • het beheer.

Partners

De partners van dit project worden hier onder opgesomd.

1/ Europa
link naar www.efro.be
Contactpersonen: Andries Baekelandt – andries.baekelandt@west-vlaanderen.be, tel. 050 40 34 66 /Ellen Cardoen – ellen.cardoen@west-vlaanderen.be, tel. 050 40 31 72.

2/ Vlaams Gewest
link naar www.vlm.be
contactpersoon: Sabine Gheysen, sabine.gheysen@vlm.be, tel. 050 45 81 27.

3/ Provincie West-Vlaanderen
link naar www.west-vlaanderen.be
contactpersoon: Koen Vanneste, koen.vanneste@west-vlaanderen.be, tel. 050 40 31 11.

4/ Westhoekoverleg
link naar www.westhoekoverleg.be
contactpersoon: Dieter Hoet, dieter.hoet@westhoekoverleg.be, tel. 051 51 93 56.

5/ Stad Diksmuide
link naar www.diksmuide.be
contactpersoon: Martin Deruytter, martin.deruytter@stad.diksmuide.be, tel. 051 51 91 50.

6/ Gemeente Houthulst
link naar www.houthulst.be
contactpersoon: Karel Dekien, karel.dekien@houthulst.be, tel. 051 46 07 31.

7/ Stad Poperinge
link naar www.poperinge.be
contactpersoon: Stefanie Deleye, stefanie.deleye@poperinge.be, tel. 057 33 40 81.

Verdere info

Toelichting project op plattelandsacademie – 27 okt. ‘09
Koppeling naar een reportage van de regionale televisiezender Focus / WTV
persmededeling VVSG n.a.v. vervolgproject “landbouwwegen”
voorbeeldenboek “Naar een eigenlijk gebruik van plattelandswegen”