Standpunt inplanting windmolens
Reeds vele jaren volgt het Westhoekoverleg de inplanting van kleine en (middel)grote windmolens in de Westhoek van nabij op. Dit culmineerde in januari 2010 in de inname van het volgend standpunt.
“Het Westhoekoverleg sluit zich aan bij de provinciale visie voor de inplanting van grote en middelgrote windturbines, die op basis van criteria inzake milieu en ruimtelijke ordening is opgemaakt. Het is ook de Vlaamse en provinciale overheid die verantwoordelijk is voor het afleveren van vergunningen. De verdere evolutie van deze provinciale visie wordt verder opgevolgd.
Voor wat betreft de kleine windturbines werd het moratorium verlengd op de algemene vergadering van 21 oktober 2011. De Westhoekgemeenten zullen dus aanvragen blijven weigeren. Het ecologisch en economisch rendement van deze kleine turbines is te beperkt, terwijl de overlast t.a.v. de omgeving ervan te hoog is.” Dit wordt o.m. bevestigd door het rapport ‘Windmakers’ van het POVLT.
In het rapport ‘Windmakers’ – opgemaakt in opdracht van het POVLT (het huidige Inagro, een extern agentschap van de Provincie West-Vlaanderen) - wordt geconcludeerd dat middelgrote windturbines (ashoogte hoger dan 15 m en tot 300 KW, in de studie wordt in de voorbeelden uitgegaan van een ashoogte van 50 à 60 m, cf. windmolens Nieuwkapelle) een rendabel alternatief vormen op bedrijfsniveau voor een landbouwonderneming. Vooral door het terugbrengen van de VLIF-steun voor zonnepanelen van 30% naar 8%, is de keuze voor middelgrote windturbines een rendabel alternatief voor de productie van groene energie. Deze middelgrote turbines worden aan hetzelfde ruimtelijke afwegingskader onderworpen als grote windturbines (> 300 KW). Kleine windturbines (minder dan 15 m) worden nog steeds als niet rendabel beschouwd in de studie.

