Keert Vlaanderen zich af van het landelijk gebied?

Streekhuis Westhoek, 7/02/2017

De Westhoek, een regio bestaande uit achttien gemeenten telt bijna 220.000 inwoners en omvat ongeveer een derde van de provincie West-Vlaanderen.  De dienstverlening wordt er georganiseerd via de steden Diksmuide, Ieper, Poperinge en Veurne, dat zich voor deze laatste gemeente verder vertakt met de drie Westkustgemeenten.  In De Standaard van 6 feb. 17 konden we vernemen dat de inwoners in deze gemeenten er in elk geval niet op moeten rekenen dat de dienstverlening er verder zal toenemen, integendeel.

‘Dienstverlening’ en openbaar vervoer worden op basis van het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen verder ontwikkeld in die gemeenten en regio’s waar de knooppuntwaarde en de dienstverlening voldoende groot is.  Voor het bepalen van knooppuntwaarde wordt in de studie van VITO in hoofdzaak gekeken naar de treinstations en verbindingen van De Lijn met enkele indicatoren zoals potentiëlen en informatie rond dichtheden van voetpaden en fietspaden.

De Westhoek en andere landelijke gebieden komen slecht uit deze studie op vlak van knooppuntwaarde. De vier steden en de Westkust scoren nog goed tot zeer goed op voorzieningenniveau, maar de knooppuntvoorzieningen zijn beperkt.  M.a.w. in het Vlaamse Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zal geen ruimte voor ontwikkelingen ten dienste van de inwoners van landelijke regio’s worden voorzien, want de dienstverlening is er op vandaag reeds ondermaats…  Vlaanderen heeft decennialang gedesinvesteerd in deze gebieden, waardoor de achterstand nu dermate groot is, dat beslist wordt dat deze gebieden volledig aan hun lot kunnen worden overgelaten?

Enkel ontwikkelingen ten behoeve van de natuur, het behoud van de open ruimte, en het daarin terug te vinden erfgoed zijn nog mogelijk.  Vlaanderen zet niet alleen een stolp op de landelijke regio’s, ze zal de ruimte eronder verder vacuüm trekken. 

Voor de leefbaarheid in de landelijke regio  Westhoek is een performante ontsluiting van de vier stedelijke gebieden met het openbaar vervoer onontbeerlijk. Vlaanderen kan het zich niet permitteren om een deel van de bevolking (vergelijkbaar met die van Stad Gent) links te laten liggen.  De openbaar vervoer verbinding tussen de 4 stedelijke gebieden onderling maar ook de opwaardering van de bestaande spoorverbindingen zijn een gerechtvaardigde eis voor deze landelijke regio.

In het kader van het proefproject basisbereikbaarheid waarvoor de Westhoek door de Vlaamse Regering werd geselecteerd, is het belangrijk om op basis van extra middelen de openbaar vervoerontsluiting van deze landelijke regio op te waarderen en zeker niet verder  af te bouwen.  Dit zou moeten vertaald worden in een goed uitgebouwd kernnet dat samen met een goed treinnet de Westhoek efficiënt ontsluit.

Dat NMBS-stations als een belangrijk knooppunt worden beschouwd is terecht. Anderzijds stellen we vast dat het spoorwegnetwerk bijna 70 jaar onveranderd is, integendeel de reistijden nemen nog toe. Vlaanderen mag enkel conclusies verbinden aan de knooppuntwaarde van stations indien ze er zelf een investeringsbeleid aan zou koppelen.

Bovendien moet Vlaanderen dringend beseffen dat het zich in het hartje van Europa bevindt waarbij grensoverschrijdende verbindingen van het grootste belang zijn.  M.a.w. er zijn geen perifere regio’s in Vlaanderen.  Indien Vlaanderen verder denkt dan zijn neus lang is, dan zal het beseffen dat openbaar vervoersassen moeten worden doorgetrokken tot in de buurlanden.  De landsgrens met Frankrijk moet gezien worden als een opportuniteit om grotere potentiëlen voor het openbaar vervoer te bereiken en mag niet gezien worden als een nadeel!   Soms vragen we ons wel af of men in Brussel weet dat Vlaanderen een landsgrens heeft met Frankrijk!?

Het Vlaamse beleid wordt in al zijn beleidsdomeinen gekenmerkt door weinig onderbouwde maar niettemin zeer hoge voorafnames ten voordele van de twee grootste Vlaamse steden.  Dit wordt netjes geïllustreerd door een voorafname van bijna 1000 euro per inwoner in het gemeentefonds exclusief voor deze beide steden.  Dat Vlaanderen bovendien inwoners van regio’s met een geconcentreerde grote woonkwaliteit, goede werkgelegenheid op termijn wil deporteren naar de Vlaamse ruit, die nu al uit zijn voegen barst door dagelijkse files, wachtlijsten (voor opvang, scholen, zorg enz.), hoge grondprijzen is niet te begrijpen! We kunnen hier alleen bij vaststellen dat sommigen blijkbaar 60 jaar terug in de tijd willen om van Limburg en West-Vlaanderen weer ” achtergebleven gebieden ” te maken.

Een Persmededeling van de burgemeesters van Diksmuide (Lies Laridon, 0477 70 28 99), Ieper (Jan Durnez, 0495 54 50 06), Poperinge (Christof Dejaegher, 0477 24 62 91), en Veurne (Peter Roose, 0496 40 78 04) n.a.v. het bekend maken van de resultaten van de VITO-studie in voorbereiding van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (DS 6/02/2017).

Westhoekoverleg verstuurde een reactie t.a.v. de minister op 10/02/2017.

2017-12-11T15:18:48+00:007 februari 2017|nieuws Westhoekoverleg|